Volledige kroniek van de Nederlandse Soefi historie: Periode van 1915 tot 2016

Begrippenlijst

Begrippenlijst

Ga direct naar:

A.   B.   C.   D.   E.   F.   G.   H.   I.   J.   K.   L.   M.   N.   O.   P.   Q.   R.   S.   T.   U.   V.   W.   X.  Y.   Z.   

Voor meer begrippen en termen kunt u hier een scan van het werk van Rubab Monna downloaden.

‘Short Dictionary of the Foreign Words in Hazrat Inayat Khan’s Teachings’:

Scan Monna

A

Adi Granth Heilig boek van de Sikh religie
Advaita (Adwaita) (S) Letterlijk: ‘niet twee zijn’, alles is één, monisme. School van Vedantische filosofie, doctrine van non-dualisme, die de eenheid leert van God, de ziel en het universum. Deze filosofie is volledig uitgewerkt door Shankaracharya.
Ahuramazda (P) Scheppergod van de Zoroastrische religie
Akasha (S) Plaatsruimte, accommodatie, een abstracte ruimte die bestaat vóór de daadwerkelijke schepping van iets waarneembaars, ook wel: de wereld van de archetypen. In het Perzisch en Urdu: Asman
Akbar (A) Grootst of (nog) groter, een van de attributen van Allah in de Koran. Daarnaast in de moslimwereld en India naam of toevoeging (laqab) van personen (bijv. vorsten)
Ali (A) Eigennaam. Letterlijk: eminent, nobel
Amal Soefi oefening waarbij het lichamelijk bewustzijn stap voor stap wordt afgebroken. Het is een van de meer gevorderde oefeningen waarbij de soefi het ik-bewustzijn probeert te verwijderen teneinde weg te zinken in een toestand van hoger of universeler bewustzijn
Antroposofie (G) (antropos = mens, sofia = wijsheid, kennis) Filosofie in 1913 gesticht door Rudolf Steiner na zijn breuk met de Theosofie (zie aldaar)
Arjuna (S) Vriend en discipel van Shri Krishna die hem de Baghavat Gita openbaart. Een van de helden uit het hindoe epos Mahabharata
Asana (S) Specifieke lichaamshouding uit de (hatha) yoga
Ashram (S) Hindoeklooster of retraiteoord
Asma (Allahi) al Husna (A) De heilige namen (van Allah). Traditioneel zijn er 99 (schone) namen van Allah overgeleverd via de Koran. Deze Asma al Husna worden binnen het soefisme als wazifa (mantram) gebruikt.
Atman (S) Ziel, de ware goddelijke kern van de mens, het ware zelf
Avesta (Awesta) Heilige boeken van de Parsis

Terug naar boven ^

B

Bahai Uit Perzië stammende godsdienstige beweging, in 1868 van het iets oudere Babisme; de beweging heeft als kenmerken: versterken van morele waarden, universeel, optimistisch en progressief
Bay’at (A) Inwijding (tot mureed), bij de traditionele soefi-orden de eenmalige inwijding, zie ook Khilafat
Begum (bi, by) Dame, lady. In het bijzonder wordt meestal bedoeld Amina Begum (Ora Ray Baker) de echtgenote van Hazrat Inayat Khan
Bhagavad Gita (S) Letterlijk: het lied van de Heer. Heilig boek van de hindoes
Bhajana Vorm van een religieus muzikaal recital, waarbij een koor onder leiding zingt en begeleid wordt door een orkest
Bhakti (S) Devotie, toewijding
Brahma (S) De scheppende god, in de volksgodsdienst als een persoon voorgesteld
Brahman (S) Onzijdig van Brahma, het oerprincipe van alles, het onvergankelijke. In de filosofische godsdienst bovenpersoonlijk, immanent
Brahmanen (S) In de Indiase samenleving de hoogste kaste, priesters, geleerden, musici, maar ook ambtenaren, koks en tempeldienaren. Brahmanen worden in de Indiase cultuur ook dikwijls als heiligen en asceten beschouwd.

Terug naar boven ^

C

Chakra’s (S) Lett: wielen, subtiele lichaamscentra, energiecentra, de verbindingen tussen het fysieke lichaam en de meer subtielere lichamen van de mens.
Chela (S) Discipel
Cherag(a) (P) Letterlijk: licht, lamp. Officiant in de Universele Eredienst van de Soefi Beweging.
Chistiyya orde. Een van de vier grote soefi ordes in India (zie ook: Qadiriyya, Nakhshibandiyya, Suhrawardiyya). De orde werd gesticht in de tiende eeuw door Khwaja Abu Ishaq Shami Chisti. Hij is genoemd naar de plaats Chist in het huidige Afghanistan. Grondlegger van de Chistiyya orde in India was Khwaja Muinuddin Chisti die leefde in de twaalfde eeuw in Ajmir. (zie ook bijlage f.)

Terug naar boven ^

D

Dargah (A) Gebouw waarin zich het graf bevindt van een Indiase heilige of wijze. De Dargah van Hazrat Inayat Khan bevindt zich in New Delhi.
Derwish (Derwisj) (P) rondtrekkende bedelmonnik, soms kloosterbroeder
Dharma (S) Universele wet, sociale plicht van de mens, goede gebruiken, persoonlijke geboortebepaalde casteplicht.
Dhrupad (Dhurpad) Noord Indiase vocale klassieke muziek, beïnvloed door de moslimveroveraars. Meest veeleisende en zwaarste onderdeel van de Hindustanie muziekstijl. De variaties zijn versieringen, het zingen vereist een groot stembereik.
Diwaan (A) Dichtwerk, dichtbundel
Djihad (A) Geestelijke of fysieke inspanning. Term heeft zowel een uiterlijke betekenis (verdediging, strijd en verweer tegen ongelovigen) als een innerlijke (strijd leveren tegen het eigen beperkte ego)
Djinn (Jinn) Geest. De Djinnwereld wordt gezien als de sfeer tussen de fysieke en de engelen sfeer. Zie: ‘The soul whence and wither’.
Dilruba Snaarinstrument met vier snaren en zeven sympathiserende snaren, bespeeld met een strijkstok.
Draviden Verzamelnaam voor de oorspronkelijke bewoners van India.

Terug naar boven ^

E

Esoterie (G) Aanduiding van geheime leer of kennis, bedoeld voor ingewijden. De praktijk van rituelen en gebruiken behorende bij esoterische kennis wordt wel ‘occultisme’ genoemd. Verder is er verwantschap met woorden als ‘spiritualiteit’ en ‘mystiek’ en met het geestelijke trainingsproces van de ‘yoga’.

Terug naar boven ^

F

Fakir (faqir) (A) arme van geest, nederige, bedelmonnik, mysticus (vgl. Derwish). Arm van geest duidt op het afleggen van de mentale rijkdommen van het ego.
Fikar (A) Geestelijke soefi oefening waarbij een heilig woord in stilte op de adem wordt herhaald.
Fana (A) Voorbijgaan aan. Fana is het proces van het ontstijgen van het beperkte zelf (ego) zodat het kan opgaan in het grote Zelf, de goddelijke aanwezigheid. Binnen het soefisme worden drie stadia onderscheiden: Fana fi’s Shaikh (het opgaan in de meester of leraar), Fana fi’r Rasul (het opgaan in de boodschapper, profeet) en Fana fi Allah (het opgaan in God). De eerste twee stadia zijn voorbereidingen op het laatste stadium. Zie ook pagina 33
Fazal (Fazl) (A) Zegening, voorspoed

Terug naar boven ^

G

Gatha’s Serie geestelijke leringen van Hazrat Inayat Khan gebaseerd op een aantal van zijn toespraken. Gatha’s waren bedoeld als onderdeel van een leerschool die volgelingen voorbereidden op een (volgende) leerkring. Het rangschikken van de toespraken en samenstellen van de bundels leringen gebeurde door een leerling van Hazrat Inayat Khan, Murshida Sharifa Goodenough, vanuit haar functie van Madar-ul-Maham, de secretaris-generaal van de Sufi Order, de primaire esoterische activiteit van de Soefi Beweging. Dit systeem van opeenvolgende leringen onderscheidt respectievelijk: Gatheka’s (voor belangstellenden), Gatha’s, Gita’s, Sangatha’s en Sangita’s.
Gatheka’s Zie: Gatha’s
Gayan (Letterlijk: vocale muziek) Naam van een van de drie spreukenboeken van Hazrat Inayat Khan (zie ook: Vadan, Nirtan)
Gayanshala De door de grootvader van Hazrat Inayat Khan, Moula Bakhsh, gestichte muziekacademie in Baroda
Gayatri Gezongen gebed, lied, hymne. Onderdeel van de Gayan en Vadan van Hazrat Inayat Khan. Ook: Namaz. Zie ook: Wird
Ghazal (P) kort gedicht uit de Perzische mystiek van maximaal vijftien dubbelverzen
Ghiza-i-ruh (A) Voedsel voor de ziel.
Gita’s Zie: gatha’s
Goeroe (guru) (S) geestelijk leermeester (vgl. Murshid)
Gurdwara Heiligdom van de Sikh religie

Terug naar boven ^

H

Haal Zie: Maqam
Hahut Zie: Samadhi
Hanuman Aanvoerder van het apenleger, de hulptroepen in het oude heldenepos Ramayana
Hazrat (A) (letterlijk: tegenwoordigheid) aanspreekvorm en titel voor een heilige, vergelijkbaar met ‘hoogheid’. Ook: Huzur
Huzur Zie: Hazrat

Terug naar boven ^

I

Ijazat Certificaat dat een leerling in India na een gedegen training authoriseerde om een healing praktijk uit te oefenen. Zowel Hazrat Inayat Khan als Murshid Ali Khan waren in het bezit van een dergelijk certificaat.
Ilahi (A) Turkse religieuze soefimuziek (instrumentaal en gezongen) vaak gebruikt voorafgaand aan een Zikar bijeenkomst
Imam (A) (letterlijk: iemand die gevolgd of geïmiteerd wordt) Gids of geestelijk leider in de traditie van de Islam. Ook voorlezer in een moskee.
Insán Zie: Zát

Terug naar boven ^

J

Jagirdar (P,U) feodale landeigenaar, titel van de lokale landadel van India. Mohammed Ali Khan droeg de titel Jagirdar. Zie ook ‘Zamindar’.
Jamiat Khas Vergadering van Murshids (Jamiat Am = algemene vergadering van Murshids, Shaikhs en Khalifs)
Jelal (A) Het mannelijke, krachtige, actieve, uitgaande aspect van het leven
Jemal (A) Het vrouwelijke, zachte, passieve, ontvangende aspect van het leven

Terug naar boven ^

K

Kaäba (A) Moslim heiligdom in Mekka, volgens de overlevering gebouwd door Abraham
Kala Bhawan Tempel der kunsten. Een centrum voor dans, drama, muziek en beeldende kunst in Baroda
Karma (S) de wet van het geheel van daden in iemands leven en de consequenties daarvan in het huidige of toekomstige leven
Karnatische muziek Muziek uit zuidelijk India. Vgl. Dhrupad
Kasab, (Kasb) Ademhalingsoefening binnen de soefi orde afgeleid van de pranayama oefeningen binnen de yoga
Kashf Inzicht, in het bijzonder gnostische kennis, een ‘weten’ dat de rede te boven gaat. Bij Hazrat Inayat Khan een van de benamingen van onderdelen uit de Gatha’s (geestelijke leringen)
Kasif  Zwaar, krachtig, moeizaam. Een eigenschap van de adem (vgl. latif)
Kavi Dichter en wijze
Kemal (A) balans tussen jelal en jemal, bewegingloosheid, verstilling. Positief: meditatieve toestand, maar ook negatief: vernietiging
Khalif(a) (Kalief) (A) Vertegenwoordiger of plaatsvervanger van een Shaikh. Esoterische titel (designation) die door Hazrat Inayat Khan aan sommige van zijn mureeds werd gegeven, om als zijn ‘junior initiatic deputy’op te treden.
Khandan Familie(lijn) of dynastie
Khankah (Khaniqah) (P) Een woonoord, convent of klooster voor soefi’s, vergelijkbaar met een Turkse Tekke
Khayal Klassieke muziekstijl van Noord-India, ontwikkeld in de 17e en 18e eeuw. Het bestaat uit een korte melodie (als bij Dhrupad) die verlengd wordt door herhalingen en variaties.
Khilafat Aanstelling bij de traditionele soefi-orden, waarbij men een geauthoriseerd vertegenwoordiger van die orde wordt, een zgn. Khalif.
Kirtana Een melodievorm van zuidelijk India
Krishna, Shri Een goddelijke incarnatie van Vishnu, wiens leringen worden gegeven in de Bhagavad Gita

Terug naar boven ^

L

Laqab Erenaam, titel of bijnaam. Als Soefinaam verleend aan een ingewijde van de Soefi orde van wie niet louter leerlingschap, maar duurzaam deelgenootschap werd verondersteld. Vroeger als ereverlening, nu mede op aanvraag, maar niet aangemoedigd vanwege de mogelijk romantisch-exotische connotatie. Het verlenen van een Laqab was vroeger voorbehouden aan Murshid Inayat Khan en zijn drie broers.
Latif Fijn, subtiel, licht. Een eigenschap van de adem (vgl. kasif)

Terug naar boven ^

M

Maqam (mv. maqamaat) Niveau van spirituele groei, niveau op het mystieke pad als gevolg van inspanning en oefening. Bij vele niveaus hoort een bepaalde gemoedstoestand: haal (mv. hawaal of ahwaal). Maqamaat en ahwaal worden resp. wel vertaald met: stadiën en staten. Het eerste is het resultaat van de menselijke inspanning, het tweede is een geschenk van God.
Masnawi Omvangrijk dichtwerk in dystichen van Jelal uddin Rumi
Maya (S) wereld van illusies, doelend op de schepping zoals wij die via de beperkingen van onze zintuigen waarnemen. Enigszins vergelijkbaar met ‘de wereld van namen en vormen’ uit de terminologie van Hazrat Inayat Khan
Mazar Islamitische graftombe
Moksha (S) bevrijding van samsara, de cyclus van dood en wedergeboorte en alle lijden en beperking.
Murad Hassil (A) (letterlijk: wensvervulling) De naam sedert 1922 van een duingebied in Katwijk aan Zee waarop in 1970 de Universel (tempel) van de Soefi Beweging werd gebouwd.
Muraqaba (A) Contemplatie
Mureed (A) leerling, discipel
Murshid (P) (A) geestelijk leermeester (vgl. goeroe)
Mutasawwif (A) Mysticus, aspirant-Soefi, hij die streeft naar het Soefi-zijn. Een Mutasawwif is nog onderweg, een Soefi heeft de staat van puurheid bereikt en is in die zin vergelijkbaar met de christelijke heilige.

Terug naar boven ^

N

Nabi (A) Profeet
Nafs (A) Het ego of zelf. Het beperkte bewust zijn van de eigen identiteit. Het doel van de soefi is het nafs te vergeten zodat men kan deelhebben aan een goddelijk bewustzijn
Nakhshbandiyya Een van de vier grote soefi ordes van India (zie ook: Qadiriyya, Chistiyya, Suhrawardiyya) (zie ook bijlage f.)
Naqib (A) Leider, adjudant, heraut (herald) een titel die Hazrat Inayat Khan gaf aan mureeds die gelijk in rang en inwijdingsbevoegdheid waren met Shaikhs en Khalifs, maar zonder organisatorische verplichtingen van het leiderschap aan een soefi-groep of zitting in de Jamiat Raad, tenzij op speciale uitnodiging.
Nimaz (Namaz) Gebed
Nirtan (letterlijk: dans) Naam van een van de drie spreukenboeken van Hazrat Inayat Khan (zie ook: Vadan, Gayan)

Terug naar boven ^

O

Nog geen termen beschikbaar

Terug naar boven ^

P

Pagri (H) (U) Indiase tulband. Op een aantal foto’s staat Hazrat Inayat Khan afgebeeld met een Pagri
Parsi’s Volgelingen van Zoroaster (Zarathoestra) in India (in het bijzonder in Gujerat). Parsi’s zijn de vroegst en meest verengelste en moderne Indiërs met een belangrijk eigen cultuurleven.
Pir (P) (U) Oude, oudste, senior, raadsman, spirituele gids
Prakriti (S) de schepping, het materiële, datgene wat aan verandering onderhevig is (vgl: Purusha)
Prana (S) Levensenergie, levenskracht
Pranayama (S) Systeem van ademhalingsoefeningen binnen de yoga praktijk. Adem is binnen de yoga en het soefisme meer dan het voorzien van het lichaam van zuurstof. De adem is tevens een voertuig voor de levensenergie, prana genoemd. Zie ook Kasab.
Pir-o-Murshid (P) Leider van de Murshids, hoofd van een soefi orde
Purusha (S) Het geestelijke, onveranderlijke leven (vgl: Prakriti)

Terug naar boven ^

Q

Qadiriyya orde Een van de vier grote soefi ordes in India (zie ook: Chistiyya, Nakhshibandiyya, Suhrawardiyya), genoemd naar de stichter: Abdu’l Qadir Jilani. (zie ook bijlage f.)
Qawwali’s Populaire geestelijke devotionele liederen binnen de moslim cultuur van Pakistan en Noord-India. De liederen worden begeleid door een klein harmonium en trommels. De zanger wordt Qawwal genoemd.

Terug naar boven ^

R

Raga Een patroon van noten in Indiase muziek die samen een bepaalde gevoelswaarde hebben. Er zijn verschillende raga’s voor elk moment van de dag, ochtend, middag en avond.
Raja (S) (locale of regionale hindoe) vorst; ook eretitel voor voorname yogi’s
Rasul (A) Boodschapper, gezondene
Riazat (Ryazat) (A) Training, oefening, discipline, esoterische trainingsmethode, ‘yoga’
Rind (P) Vrijdenker, iemand van vrijmoedig gedrag. Vrij aspect van het soefi zijn waarbij de adept probeert in het hier-en-nu te leven en zich niet te bekommeren over spijt over het verleden of zorg om de toekomst. De nadruk bij dit pad wordt gelegd op onthechting (vgl. salik)
Ruhaniyya (Ruhaniat) (A) Spiritualiteit

Terug naar boven ^

S

Sadhu (S) asceet
Sajjada Nashin (P) Spirituele opvolger in een soefi-orde; erfgenaam die plaatsneemt op het gebedstapijt van zijn voorganger.
Salik (A) Leerling, volgeling. Aspect van het soefi zijn waarbij de adept de nadruk legt op rechtvaardigheid en moraliteit
Sam’a Luisterstilte. Muzikale geestelijke bijeenkomst, religieus concert bij soefi’s. De schoonheidsbeleving van de muziek wordt geacht een verdiepende spirituele werking te hebben.
Samadhi (S) Diepe en abstracte meditatie, hoogste zijnstoestand die vrede en evenwicht brengt. Vergelijkbaar met de boeddhistische term Nirwana en de soefiterm Hahut
Samsara (S) Cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte (reïncarnatie). Begrip uit de hindoe- en boeddhistische traditie. Een gelovige probeert uit deze cyclus te ontsnappen door Moksha te bereiken (zie aldaar)
Sangatha’s Zie: gatha’s
Sangita’s Zie: gatha’s
Sannyasin Wereldverzaker, asceet in de Indiase yoga-traditie
Saut-i-sarmad (ook Saut-e-Surmadi) (A) (P) Soefiterm voor het geluid van de kosmos, de goddelijke oertrilling, abstract geluid dat als grondtoon kan worden beschouwd van alle bestaande geluid. Saut-i-sarmad wordt het meest weerspiegeld door de klank ‘Hu’ (‘Hij’ in het Arabisch) Vgl. ook Aum of Om uit de Hindoe- en Boeddhistische traditie.
Shagal, Shagl Werk, bezigheid. Soefi oefening die bestaat uit het achtereenvolgens afsluiten van de 5 naar buiten gerichte zintuigen (tast, zicht, reuk, smaak, gehoor) teneinde deze zintuigen te richten naar de binnenwereld en te verenigen in één innerlijk onderliggend zintuig.
Shahada (A) Zinspreuk die de bevestiging van God en de ontkenning van al het andere dan God uitdrukt. In het Arabisch: La ilaha illa ‘llahu
Shaikh (A) (Sheikh(P) Senior, oude man (of vrouw: Shaikha). Stamhoofd, ordehoofd, academische of geestelijke titel.
Sifat Zie: Zát
Silsilah Perzisch (van het Arabische salsala(t)) Reeks of opeenvolging (generaties, erfopvolging) van Murshids of Shaikhs. De meeste soefi ordes herleiden hun silsilah terug tot Mohammed.
Soefi. In de oorspronkelijke betekenis is  ‘Soefi’ vergelijkbaar met het begrip ‘heilige’. Het is die mens die de staat van puurheid heeft bereikt en wiens wezen volledig het goddelijke wezen heeft geabsorbeerd. Tegenwoordig in het westen wordt met de term ‘Soefi’ ook een aanhanger van het soefisme aangeduid of iemand die de innerlijke weg van de soefi mystiek bewandelt. In dat geval zou het juister zijn om van een Mutasawwif te spreken (zie aldaar).

Suhrawardiyya Een van de vier grote soefi ordes van India (zie ook: Qadiriyya, Nakhshibandiyya, Chistiyya) (zie ook bijlage f.)

Terug naar boven ^

T

Tahwid (A) Gods eenheid en het betuigen daarvan
Talib (A) Leerling. Algemene term door Hazrat Inayat Khan gebruikt om een adept of discipel van het soefisme aan te duiden vergelijkbaar met mureed. Tevens 7e inwijdingsgraad in de Soefi-Orde.
Talim (A) Lering, instructie
Tansen Naam van een beroemd zanger uit de Indiase historie ten tijde van de Moghul vorst Akbar (16e eeuw). Hazrat Inayat Khan bezocht zijn graftombe in Gwalior in 1896. Later kreeg hij van een vorst de naam Tansen als eretitel mee vanwege zijn grote muzikale verdiensten.
Tanzih De afstand van Allah tot zijn schepping en de mens, de transcedentie van Allah (vgl. tashbih)
Tariqa(t) (tarika) (A) Het geestelijk pad, de mystieke weg terug naar God. Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen de sjari’at islam (exoterisch, religeuze wet) en de tariqat islam (esoterisch, de mystieke kant van de islam). Tariqa is ook de naam van een soefi orde. (NB de ‘t’ wordt ingevoegd als het volgende woord met een klinker begint!)
Tasawwuf (A) Islamitische mystiek, Soefisme
Tasawwur (A) Concentratie, beeldvorming, het in gedachte houden. Bijvoorbeeld; tasawwur-i-murshid, tasawwur-i-shaikh
Tasbih Gebedsketting voor het reciteren van wazifa’s (vgl. mala of japa mala (hindoeïsme) akshamala (boeddhisme)). Voorloper van de katholieke rozenkrans die in de 15e eeuw in gebruik kwam.
Tashbih (A) De nabijheid (immanantie) van Allah tot de mens in tegenstelling tot ‘tanzih’, de grote afstand van Allah tot de mens (transcedentie). Een andere omschrijving is: Tashbih: het goddelijke als diepste identiteit van de mens, Tanzih: het goddelijke als aparte onbereikbare entiteit die los staat van de mens. De nabijheid van Allah wordt ervaren door het reciteren van de heilige namen die genade en nabijheid van Allah benoemen.
Tawajjoh (A) Soefi concentratieoefening waarbij de mureed zich openstelt voor de inspiratie van de keten (silsilah) van Murshids of één daarvan. Inspirerende aanschouwing, vgl. de Indiase term ‘Darshan’.
Tawakkul (A) volledig vertrouwen (op Allah, God)
Tekke (T) Soefi-huis. Plaats waar soefi’s of derwishen bij elkaar komen, ook: Khankah, Khaniqah (P) of Ribat (A).
Theosofie (G) uit: Theos (Goddelijk) en Sophia (wijsheid). Religieuze eclectische filosofie die in de 19e eeuw ontstond. De term bestaat reeds sinds de 3e eeuw. Anna Blavatski (1831 – 1891) heeft het begrip in het westen weer bekendgemaakt. Samen met Henry Steel Olcott stichtte ze in 1875 in New York de ‘Theosophical Society’. Eind 19e eeuw wordt Annie Besant de leidende figuur binnen de theosofie. Belangrijke elementen van de theosofie: alle religies bevatten een deel van de waarheid, broederschap der mensheid, reïncarnatie en karma, getalssymboliek, komst van een wereldleraar. Vrijwel de meeste eerste volgelingen van Inayat Khan, zowel in Amerika als Europa, waren welgestelde theosofen. Zij hadden grote invloed op een aantal rituelen en ceremoniën dat binnen de Soefi Beweging ontstond. In zodanige mate zelfs dat Zia Inayat-Khan spreekt van een ‘hybrid Sufi Order’.

Terug naar boven ^

U

Universel De namens Hazrat Inayat Khan geïntroduceerde naam voor een soefitempel. De naam duidt aan dat het soefisme uitgaat van de eenheid van religieuze idealen en streeft naar universele broeder- en zusterschap van mensen.
‘Urs (Letterlijk: bruiloft) Viering van de sterfdag van een heilige of wijze door een bedevaart naar zijn of haar graf
Ustad Meester, aanspreektitel van leerlingen tot bijvoorbeeld een muziekleraar.

Terug naar boven ^

V

Vadan Goddelijke symfonie. Naam van een van de drie spreukenboeken van Hazrat Inayat Khan (zie ook: Gayan, Nirtan)
Viladat dag 5 juli, verjaardag van Hazrat Inayat Khan (geb. 1882), stichter van de Soefi-beweging. Deze dag wordt in soefi-kringen gevierd.
Visalat dag 5 februari, sterfdag van Hazrat Inayat Khan (1927), stichter van de Soefi Beweging. Deze dag wordt in soefi-kringen herdacht.

Terug naar boven ^

W

Wahdat al-wudjud Letterlijk: de eenheid van wezen. Term in verband gebracht met Ibn el Arabi die de toestand van extase aanduidt waarbij de mens zich verenigd voelt met het goddelijke wezen en daarmee zijn eigen identiteit is ontstegen. Een minder vergaande vorm is Wahdat al-shuhud: getuige zijn van de eenheid (uniciteit) van God.
Wazifa Meervoud: Wazaif. Soefi woord voor Mantra(m), een heilig woord dat meerdere malen wordt herhaald (gereciteerd) als contemplatie. Als wazifa wordt meestal één van de 99 heilige namen van Allah (asma al husna) gebruikt.
Waqf (A) moslim juridische stichting
Wird (A) Gebed van een soefi-orde (mv: awrad). Meestal een serie gebeden, ingesteld door de stichter van de orde. Hazrat Inayat Khan noemde de awrad: Gayatri, (zie aldaar)

Terug naar boven ^

Y

Yoga (S) letterlijk “juk”, “verenigen”, “beheersen”. Yoga is de staat waarin de mens zich onder één juk met het Goddelijke bevindt, d.w.z. verbonden met het Goddelijke.
In de brede context: een hindoeïstische filosofie die leert de geest, het gevoel en het lichaam te beheersen, om daarmee de vereniging met God te bereiken. Met een kleine variant drukt het woord yoga de toestand uit, waarin de ‘waarneembare mens’ ook verbonden is met de ‘wezenlijke mens’, d.w.z. waarin de mens zijn ware aard heeft herkregen en er in overeenstemming mee leeft.
De yogatechniek is een discipline, waardoor de mens tracht tot de staat van yoga te komen.
In een meer alledaags, westers concept wordt met yoga vaak hatha yoga bedoeld: een tak van yoga die bestaat uit een systeem van oefeningen om beheersing over de geest en vooral het lichaam te verkrijgen.
Yogi (S) Hindoe-mysticus, beoefenaar van yoga

Terug naar boven ^

Z

Zát (Dhat) (A) Het ongemanifesteerde, essentie, Zelf. De toestand waar God nog één en ongekend is. Tegenover het begrip Zát staan de begrippen die op het gemanifesteerde duiden: ‘Sifat’, het gekende, geschapene, ‘Insán’ de geschapen mens, de mensheid, het fysieke en tenslotte het ‘Nafs’ het (bewustzijn van) het persoonlijke beperkte ego.
Zakir (P) Beoefenaar van de Zikar, een soefi oefening
Zamindar (U) Landeigenaar, Hazrat Inayat Khan komt uit een geslacht van Indiase landadel (Eng. gentry). Zijn grootvader Maulabakhsh had de titel Zamindar. Zie ook ‘Jagirdar’.
Zikar (Zikr, Dhikr, Dzikr) (A) Soefi oefening. Zikar is Arabisch voor ‘vermelding’, ‘herinnering’. Tijdens de oefening probeert de ziel zich zijn ware oorsprong en identiteit te herinneren, het ware Zelf. Tijdens de oefening wordt de frase gereciteerd: La ilaha illa ‘llahu, letterlijk: geen godheid, dan dé God. Als instatische (i.t.t. extatische) meditatie wordt deze oefening zittend uitgevoerd en gecombineerd met bepaalde bewegingen van de torso.

Terug naar boven ^