Volledige kroniek van de Nederlandse Soefi historie: Periode van 1915 tot 2016

Amerika

Amerika

Amerikaanse mureeds genoemd  in de ‘Biography of Pir-o-Murshid Inayat Khan

1910 – 1912

Mr. Edmund Russel

Mrs. Ada Martin, zie onder

Mr. Bjerregaard Zie onder

Ralph Perish

Miss Genie Nawn zie onder

Mrs Logan

Miss Colins

Mrs Eldering

Mrs. Morrison

Bjerregaard, Carl Hendrik Andreas, (geen mureed)

Denemarken, 1845 – New York 1922

Amerikaan van Deense afkomst. Theosoof. Hield zich met Soefisme bezig reeds voor de komst van Hazrat Inayat Khan naar Amerika. Hoofd van de Astor Library vanaf 1879 in New York. Gaf Hazrat Inayat Khan daar toegang tot de collectie soefi literatuur. Publiceerde op zijn verzoek een vertaling van de verzen van Omar Khayyam in 1915.

Connaughton, Edward Patrick Augustine (Khalif)

Manorhamilton, Ierland 1887 – ??

Amerikaanse mureed van Ierse komaf. Jongste zoon van John Connaughton en Hannah Mc Fadden. Vertrok in 1908 naar Tenerife, waar zijn interesse voor spiritualiteit begon. In 1912 huwde hij Marion Pritchard Davis. Het echtpaar krijgt één zoon. Tijdens WOI assisteert hij in verschillende militaire ziekenhuizen en werkt hij in de Britse diplomatieke dienst. In 1915 leest hij voor het eerst over soefisme en neem daarop contact op met het centrum in London. Murshid maakt echter op dat moment een rondreis. In september van hetzelfde jaar vertrekt hij met zijn gezin naar Californië waar hij in 1918 door murshida Rabia Martin wordt ingewijd als mureed.  In 1919 wordt hij tijdens een reis in Engeland door Murshid tot khalief gewijd. In 1921 komt zijn vrouw te overlijden. Twee jaar later hertrouwt hij met Angela Theresa Sieys in San Francisco. Hij ontmoette Murshid opnieuw in 1923 in New York. Uiteindelijk strijkt hij met zijn gezin neer in Santa Barbara, waar hij achtereenvolgens een boekhandel runt, een kunst studio opent en werkzaam is in de makelaardij.

Cushing, Khushi Marya, Shaikha,

Sterfjaar 1948     

Amerikaans mureed die in New York voor het soefisme aan het werk was. Organiseerde lezingen voor Hazrat Inayat Khan tijdens zijn rondreis in Amerika (februari – juni 1923) en legde deze vast in steno. Bezocht een aantal malen de zomerschool in Suresnes in de jaren 20 van de vorige eeuw. Voor het eerst was dat in 1922 waarbij ze door Murshid werd in gewijd. Ze was notulist van de Jamiat-council tijdens de 20’er jaren. In de jaren ’30 was ze ‘Recorder’ van Headquarters. Ze verbleef veel in Genève. Ook hield ze zich  bezig met de redactie en verspreiding van de Sufi Quarterly in die jaren.

Duncan, Angela Isadora

San Francisco, 26 mei 1877 – Nice, 14 september 1927

Isadora Duncan was geen mureed, maar verkeerde in 1913 in de Parijse kunstkringen waar Murshid veelvuldig contact mee had en waar ook Claude Debussy toe behoorde.  Isadora en Murshid hadden veel respect voor elkaars werk.

Uit de Biography: Ik ontmoette veel musici en kunstenaars die veel sympathie toonden met de kunst en filosofie van India. Onder hen bevond zich ook Isadora Duncan, wier werk ik authentiek vond.

Van haar Nederlandse Wiki-pagina:

Isadora Duncan, geboren als Angela Isadora Duncan, was een Amerikaanse danseres. Ze wordt beschouwd als een van de grondleggers van de moderne dans. Vanaf haar 22ste woonde ze in West-Europa en de Sovjet-Unie. Als kind wees ze het klassieke ballet al af. Ze ontwikkelde een eigen stijl, en zette als eerste klassieke muziek om in dans. Ze trad voor het eerst op in Chicago en New York, maar haar grote doorbraak kwam in Europa. Na optredens in Boedapest en Londen, reisde ze naar Parijs, Berlijn, en Moskou, om vervolgens weer naar Parijs terug te keren. Ze reisde op tournee door half Europa en trad op in de metropolen van Noord- en Zuid-Amerika. Vanaf 1909 had ze haar eigen dansschool in Parijs. Ze inspireerde andere kunstenaars, en toen in 1913 het Théâtre des Champs-Élysées werd gebouwd, werd ze afgebeeld in een reliëf door beeldhouwer Émile-Antoine Bourdelle, en door schilder Maurice Denis die haar opnam in een muurschildering.

Levensloop

Toen Isadora zestien jaar werd, nam ze haar tweede voornaam, Isadora, als roepnaam. Haar ouders waren Ierse immigranten. Zij keerden in 1899 met hun twee dochters en twee zonen terug naar Europa. In Londen bezocht zij het Britse Museum en maakte er kennis met de kunst en cultuur van de Grieken. In 1903-1904 bezocht ze Griekenland. De schoonheid van eenvoud, de harmonie en de natuur inspireerden haar sterk. Dit bracht een creatief proces op gang, waarbij zij haar bovengenoemde inspiratiebronnen tot een dansstijl wist te verwerken.

Na de scheiding van haar ouders, groeiden de kinderen op bij hun moeder, die als muzieklerares de eindjes aan elkaar probeerde te knopen. Duncan geloofde niet in het huwelijk en was voor vrouwenemancipatie.

In 1904 richtte ze samen met haar zuster Elisabeth Duncanon een dansinternaat op bij Berlijn. Zowel in haar beroepsleven als gezinsleven, hield Duncan geen rekening met de gebruiken van haar tijd. Ze was namelijk biseksueel. Tijdens haar laatste tour in de Verenigde Staten, in 1922-1923, maakte ze haar voorkeur voor het communisme bekend. Duncan zwaaide met een rode sjaal en ontblootte haar borst op het podium in Boston, verklarend: “Dit is rood! En zo ben ik ook!”

Duncan baarde twee kinderen, een dochter en een zoon, beide buiten het huwelijk.

Ze werd verliefd op de Britse toneelspeler en toneelregisseur Gordon Craig, met wie ze in 1906 dochter Deirdre kreeg. Isadora verbleef tijdens haar zwangerschap en geboorte in Villa Maria in Noordwijk aan Zee. Van 1910 tot 1913 had ze een relatie met Paris Singer, een van de zonen van naaimachinemagnaat Isaac Singer, met wie ze in 1911 haar zoon Patrick kreeg. Op 19 april 1913 kwamen beide kinderen om in een ongeval dicht bij de rivier de Seine. De kinderen waren na de lunch met Isadora en Paris Singer op weg naar huis met hun kindermeisje. De bestuurder van de auto was tot stilstand gekomen tijdens een poging om een botsing met een andere auto te voorkomen Hij stapte uit om de motor terug in gang te krijgen, maar vergat de handrem aan te trekken. De auto rolde over de Boulevard Bourdon. De kinderen en het kindermeisje verdronken in het ongeval.

Na het ongeval bracht Duncan een paar maanden door op Corfu met haar broer en zus. Daarna bracht ze enkele weken door bij de badplaats Viareggio met actrice Eleonora Duse. Duse kwam net uit een relatie met de rebelse feministische Lina Poletti. Er waren speculaties over de relatie van Duncan en Duse, maar er is in haar autobiografie nooit bewijs geleverd voor hun relatie.

Duncan smeekte een jonge Italiaanse beeldhouwer Romano Romanelli om met haar te slapen omwille van haar verlangen naar een andere baby. Ze wenste opnieuw zwanger te worden na de dood van haar twee kinderen. Zij kreeg een zoon, die een paar uren leefde.

In 1922 trouwde de dan 44-jarige Duncan te Moskou met de 26-jarige Russische dichter Sergej Jesenin. Jesenin was een geliefd en succesvol dichter in Rusland, maar hij was een alcoholist. Tijdens tournees maakte hij ruzie met en sloeg hij zijn beroemde vrouw. In 1923 keerde hij alleen terug naar de Sovjet-Unie, waar hij in een psychiatrische inrichting werd opgenomen. Toen hij eind 1925 met Kerstmis even verlof had, hing hij zichzelf op in een hotel.

In september 1927 kwam Isadora Duncan om het leven bij een ongeluk. Toen ze in Nice met iemand in een open Amilcar wilde wegrijden, raakte het uiteinde van haar rode zijden sjaal, die ze om haar hals droeg, in een van de spaakwielen verstrikt. Ze werd uit de auto getrokken en enkele meters meegesleurd. Door de plotselinge ruk brak haar nek. Ze werd gecremeerd en haar as werd in het columbarium van de Parijse begraafplaats Père-Lachaise geplaatst.

Duncans autobiografie Ma Vie werd in 1968 door Karel Reisz verfilmd onder de titel Isadora, met Vanessa Redgrave in de hoofdrol.

Werk

Duncan begon haar danscarrière met het geven van lessen bij haar thuis vanaf haar zesde jaar, en tot haar tienerjaren. Op veertienjarige leeftijd gaf ze dansles in een klas voor kinderen. Een verlangen om te reizen bracht haar naar Chicago, waar ze auditie deed bij veel theatergezelschappen. Uiteindelijk vond ze een plek in Augustin Daly’s theater. Door deze baan belandde ze in New York, waar haar unieke visie op dans met de populaire komedie van theatergezelschappen botste. Zij was er ongelukkig en kon zich niet ten volle uitten in Daly’s bedrijf, evenmin als bij het Amerikaanse publiek. Daarom besloot zij in 1898 naar Londen te verhuizen. Ze vond er werk en mocht presteren in de salons van de rijken. Ze vond er inspiratie in de Griekse vazen en bas-reliëfs in het British Museum. Het geld dat ze verdiende, stelde haar in staat een dansstudio te huren en haar werk te ontwikkelen om grotere voorstellingen te maken die geschikt waren voor het podium. Vanuit Londen reisde Duncan naar Parijs, waar ze inspiratie vond in het Louvre en de wereldtentoonstelling van 1900.

In 1902 bezocht Loie Fuller Duncans studio en nodigde haar uit om met haar te toeren. Duncan toerde door heel Europa en creëerde nieuwe werken met behulp van haar innovatieve danstechniek. Deze stijl bestond uit een focus op natuurlijke beweging in plaats van de stijve techniek van het ballet. Het grootste deel van haar resterende leven bracht ze op deze manier door, met tournees in zowel Europa als Noord en Zuid-Amerika. Ze trad overal op, maar kreeg te kampen met heel wat kritieken. Ondanks de gemengde kritische reacties, werd ze erg populair door haar aparte stijl en inspireerde ze vele beeldend kunstenaars, zoals Antoine Bourdelle, Auguste Rodin en Abraham Walkowitz.

Duncan had een hekel aan de commerciële aspecten van openbare optredens, zoals tournees, omdat ze voelde dat ze haar afleidden van haar echte missie: “het creëren van schoonheid en het onderwijs van de jeugd”. Om haar missie te bereiken, opende ze scholen om jonge vrouwen haar dansfilosofie aan te leren. De eerste school werd opgericht in 1904 in Grünewald, Duitsland. Deze instelling is de geboorteplaats van de “Isadorables” – Anna, Maria-Theresia, Irma, Lisel, Gretel, Erika, Isabelle en Tempel (Isadora’s nichtje) – Duncans beschermelingen, die haar nalatenschap zouden voortzetten. Later richtte Duncan een school op in Parijs, die korte tijd gesloten werd na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

In 1914 verhuisde Duncan naar de Verenigde Staten en bracht de school daarheen over. Zij kon beschikken over een herenhuis op Gramercy Park, en haar studio was in de buurt, op de noordoostelijke hoek van 23rd Street en Fourth Avenue, nu Park Avenue South. Otto Kahn, het hoofd van Kuhn, Loeb & Co. zorgde ervoor dat Duncan gebruik mocht maken van het erg moderne theater op West 60th Street en Central Park West voor haar voorstellingen en producties, waaronder een enscenering van Oedipus Rex, waarbij veel van Duncans uitgebreide entourage en vrienden betrokken waren.

In 1921 bracht haar “linkse sympathie” haar naar de Sovjet-Unie, waar ze een school stichtte in Moskou. De Sovjet-regering hield zich niet aan haar belofte om haar werk te ondersteunen, waardoor ze moest verhuizen naar het Westen en haar school overlaten aan Irma

Stijl en techniek

Duncan gebruikte simpele en natuurlijke bewegingselementen, zoals lopen en opspringende bewegingen. Ook het armgebruik was vloeiend en natuurlijk. De torso kon tijdens het dansen vol overgave in een soort cambré achterover hellen of juist voorover gebogen zijn bij opspringende passen, om zo een lichtgedraaide positie te hebben, ten opzichte van de heupen en het been. Deze basisgegevens konden sterk gevarieerd worden in hun onderlinge samenhang. Heel kenmerkend was ook het dansen op blote voeten, hetgeen in die tijd een ongewoon verschijnsel was. Bovendien deed Duncan afstand van het dragen van het nog altijd gebruikelijke korset. Haar Griekse inspiratiebron weerspiegelde zich in de kleding, die bestond uit een lang, soepel Grieks gewaad.

Engle, Fatah Earl

1888 – 1955         

Fatah werd geboren in de staat Indiana. Hij werd op vijfjarige leeftijd wees en werd daarna opgenomen in een boerengezin waar hij zich de kennis en vaardigheden van het boerenbedrijf eigen maakte. Na zijn middelbare school ging hij studeren. Hij pakte meerdere studies op: agrarische studies, psychologie, filosofie en Engels. In 1919 leerde hij Murshida Rabia Martin kennen, bij wie hij in de leer ging. Nadat hij Inayat Khan in 1923 leerde kennen bij diens bezoek aan Amerika en door hem persoonlijk was ingewijd, begeleidde hij hem op 10 mei van San Francisco naar New York en vervolgens – op 9 juni – terug naar Suresnes, waar hij hem dat jaar assisteerde bij de jaarlijkse zomerschool. Hij zou een jaar lang in Suresnes verblijven en persoonlijk door Murshid worden begeleid.

In dat jaar nam hij de volgende taken op zich:

  • Onderdak regelen voor bezoekers van de zomerschool
  • Het plannen organiseren van de interviews van mureeds met Murshid
  • Het bestellen en importeren van boeken ten behoeve van de zomerschool
  • Het onderhouden van de auto van Inayat Khan en hem en zijn familie bij gelegenheid chaufferen
  • Het onderhouden van de tuin bij Fazal Manzil
  • Samen met Musharaff Khan op de plaatselijke markt inkopen doen voor de familie

Na het overlijden van Murshid keerde hij terug naar New York, waar hij 12 jaar lang een centrum leidde. In 1942 verhuisde hij met zijn gezin naar Cleveland, Ohio en begon hij daar een centrum op te zetten.

Fatah Engle op jonge leeftijd
tijdens de zomerschool van de late jaren ’20

Graham, Shariff – Munawwir,  Donald,

(1942)

Amerikaans mureed van de Inayati Order (voorheen Sufi Order International). Intensief betrokken bij het beheer van en onderzoek naar het archief van de Nekbakht Foundation en de uitgave van The Complete Works. Verbleef hiervoor lange tijd in Suresnes. Keerde in 2012 terug naar Amerika.

Hoeber,  Mrs. Laura Sheikha

Bezoekster van de zomerschool van 1923. Vergezelde Murshid op een tour door Duitsland in oktober 1924. In München begeleidde ze enige tijd een groep mureeds.

Hoeber, Miss.

Bezoekster van de zomerschool van 1923. Dochter van Mrs. Hoeber

Lewis, Sam, Samuel, Murshid,

18 oktober 1896 – 15 januari 1971

Ook bekend als: Sufi Ahmed Murad Chisthi. Amerikaans mureed vanaf de jaren 20 van de vorige eeuw. Was jarenlang de rechterhand van Murshida Rabia Martin. legde de toespraken vast van Murshid tijdens diens bezoeken aan de Verenigde Staten in 1923 en 1926. Stichtte na de dood van Rabia Martin zijn eigen beweging: de Sufi Ruhaniat Society. Introduceerde in de zestiger jaren de zgn. ‘Dansen van Universele Vrede’ bij een grotendeels nieuw en jong publiek.

Sam Lewis op latere leeftijd, eind jaren ’60

Martin – Ginsberg, Rabia Ada, Murshida,

1871 – 1947

Eerst mureed ooit door Hazrat Inayat Khan geïnitieerd: in San Francisco 1911. Werd in 1916/17 Murshida en gaf tot 1927 leiding aan de Amerikaanse centra. Daarna richtte ze haar eigen organisatie op na zich gepasseerd te voelen voor het leiderschap van de Soefi Beweging. Ze stierf in 1947 in haar huis in San Franciso, Ashbury street 46.

Nawn, Munira, Genie

Amerikaanse (New York) mureed van Hazrat Inayat Khan vanaf 1911. Schreef haar herinneringen aan die begintijd in: ‘Forty years of Sufism’ een speciale Sufi Quarterly uitgave van 1950.

Reps Paul Saladin

(1895 – 1990)

Saladin Reps was een Amerikaans dichter en kunstenaar. Hij verkeerde in de twintiger jaren in de kringen rond Rabia Martin en Sam Lewis. Hij wordt gezien als een van de eerste Haiku dichters in het westen. Heeft uitgebreid gereisd in het verre oosten. Publiceerde een aantal boeken over Zen, die ook in het Nederlands zijn vertaald.

Wilfred F. Rosenberg IN MEMORIAM

27 februari 1908 – NOV. 24, 1972

(Uit: The Sufi Messenger, januari 1973)

Soefi’s in verre delen van de wereld rouwden om de dood van Wilfred F. Rosenberg, de Amerikaanse vertegenwoordiger van de Soefi-beweging. Hoe weinig mannen er zijn in de wereld die alom geliefd zijn bij mensen in alle lagen van de bevolking, en van wie niets anders dan bewonderende woorden kan worden gezegd! Wilfred Rosenberg was zo’n individu.

Mr Rosenberg had een gevarieerde opleiding. Na zijn afstuderen aan de middelbare school, ging hij naar Draughon’s Business School in Texas. In 1938 behaalde hij een Bachelor of Law aan de San Antonio School of Law. Hij volgde cursussen in het openbaar spreken aan de Trinity University, gedurende vier semesters, en dan, nogmaals, in 1951 woonde aan de  Trinity University cursussen bij over religie. In 1961 ontving hij een makelaarslicentie van San Antonio College. Naast deze prestaties, bestudeerde hij voortdurend filosofieën en wereldgodsdienst.

Hij werkte 35 jaar voor het postkantoor van de Verenigde Staten in verschillende functies voordat hij in 1963 met pensioen ging.

Wilfred Rosenberg werd verkozen om de mysteriën van vrijmetselarij op 7 September, 1943 te ontvangen. Hij behaalde zijn eerste graad, die van leerling vrijmetselaar, op 14 september 1943, zijn tweede graad, die van gezel, op 21 oktober 1943, en werd verhoogd tot de derde graad, die van meester, op 23 november 1943. Hij was lid van de Davy Crockett Lodge in San Antonio, Texas. Hij was een lid van deze Lodge gedurende 29 jaar en werd bekroond met een 25 jaar Service Award in de vrijmetselarij op 26 mei 1970.

In 1944 behaalde hij zijn Schotse ‘Rite Degrees’. Dit waren de graden van vier tot en met 32. Op 23 oktober 1963 werd hij benoemd met rang en decoratie tot ‘Knight Commander Court of Honour’. Op 23 november 1971 werd hij benoemd tot Honorair Inspecteur-Generaal van de 33ste graad.

De illustere Wilfred Rosenberg was als enige verantwoordelijk voor het toezicht op de gordijnen, decors en verschillende podiumelementen van de Schotse Rite Tempel in San Antonio, Texas. De kunstenaar en de andere decorateurs dienden zich  rechtstreeks aan hem te verantwoorden. De verantwoordelijkheid van deze taak was enorm. De Raad van Toezicht gaf hem een speciale plaquette in waardering voor zijn uitstekende werk in dit verband. Hij was trots op zijn werk en hij vond het geweldig. Hij zette het format op voor de uitreiking van de Scottish Rite Degrees in reünies buiten de stad en pionierde met vele innovaties in de presentatie van de graden. Wilfred Rosenberg besteedde talloze uren aan het bestuderen van de symboliek en de verborgen betekenissen van de verschillende graden en zeer weinig mannen hadden een grotere kennis van de Schotse Rite Degrees, of van de filosofie in het algemeen.

De heer Rosenberg was ook lid van de Theosofische Vereniging en was voorzitter van de San Antonio Lodge voor twee opeenvolgende termijnen, van 1949 tot 1952. Van 1951 tot 1953 was hij ook voorzitter van de Texas Federation of Theosophical Lodges van de Theosophical Society.

Hij was ook lid van diverse andere zeer waardevolle organisaties, waaronder de Welwillende Patriottische Orde van Elks. Voor zijn uitstekende werk in de Elks Clubs ontving hij een ere-lidmaatschap voor het leven.

Zijn correspondentie had een wereldwijd omvang. Voor de overname van Tibet door Rood China, correspondeerde hij met enkele mystici van Tibet. Toen prof. S. S. Nehru, de voormalige opperrechter van het Hooggerechtshof van India, San Antonio, Texas bezocht, nodigde hij Wilfred Rosenberg uit om langs te komen en met hem te praten. Ze hadden gemeenschappelijke vrienden in India. Onder zijn vele uitstekende vrienden, was hij trots Manly Hall, de bekende mysticus, auteur en docent tot een van hen te rekenen.

Hij werd in 1956 als soefi geïnitieerd door Dr. H. J. Witteveen, en hij beschouwde zijn ontdekking van het soefipad als een van de hoogtepunten van zijn leven. De San Antonio, Texas, tak van de Soefi-beweging werd gevormd door Pir-O-Murshid Musharaff Khan in juli 1960, met Wilfred Rosenberg als voorzitter. Kort daarna werd hij gevraagd om een plan te organiseren voor de oprichting van districtleiders en centra in de Verenigde Staten. Na de pensionering van Mashaikha Nawn, benoemde Pir-O-Murshid Musharaff Khan hem tot de Amerikaanse nationale vertegenwoordiger van de Soefi-beweging in 1964.

Zijn liefde voor zijn Murshid, zijn liefde voor de Soefi-beweging, en zijn liefde voor zijn mede-soefi’s was een zeer mooie en uitstekende kwaliteit; deze liefde scheen uit hem als een lichtstraal. Hij had een zeldzame kwaliteit van liefdevolle vriendelijkheid. Degenen onder ons die het voorrecht hadden om hem te kennen zullen nooit zijn oprechte gezicht en zijn stralende glimlach vergeten. Hij had de oprechte, stralende glimlach van een onschuldig kind, volledig zonder bedrog. Men herinnert zich het verhaal van een jonge zoeker van een geestelijk pad die een wijs man vroeg: “Hoe kan ik vertellen wie verlicht is? Hoe kan ik weten wie een gevorderde ziel is? Hoe zal ik mijn leraar vinden?” Deze wijze man antwoordde de jonge onderzoeker: “Er is een test die nooit faalt. Je kunt altijd zien wie echt spiritueel is en wie een gevorderde ziel heeft, omdat ze altijd de kwaliteit van vriendelijkheid hebben. Wilfred Rosenberg had die zeldzame kwaliteit van vriendelijkheid. Hij was aardig voor eenieder en nooit deed hij opzettelijk een levende ziel pijn.

Zijn liefde werd ook uitgedrukt door zijn interesse in alle kinderen. Hij nam als ouder en als grootouder deel aan de Texas Public School Week. Hij toonde Europese foto dia’s aan de 4e en 5e klas van de geschiedenisgroepen op de openbare scholen. Het plezier van het tonen van de dia’s en het praten met de kinderen en leerkrachten was een vervulling die hij koesterde. Hij wijdde veel van zijn tijd en energie aan de verbrande en kreupele kinderen via het programma van de twee Texas Shrine ziekenhuizen en hij kreeg speciale erkenning van de Alzafar Tempel voor dit grote werk.

Wetende dat het leven continu is, en dat de dood is een geboorte is in een ander leven, weten we dat hij vandaag uiterst blij is om weer met zijn geliefde Murshid Musharaff Khan samen te zijn. Geen leraar, geen gids op het spirituele pad had ooit een meer toegewijde volgeling dan onze overleden vriend, Wilfred Rosenberg. Toen hij ooit sprak over zijn “Murshid”, scheen zijn gezicht van vreugde en toewijding. Wat een prachtig gezicht zou dit zijn geweest, te hebben gezien dat Wilfred Rosenberg met open armen verwelkomd werd, door zijn vriend en zijn ideaal, zijn leraar, Pir-O-Murshid Musharaff Khan!

De wereld heeft vandaag iets van zijn kleur verloren voor ons die worden achtergelaten, en onze sympathie gaat uit naar zijn trouwe metgezel, Mevrouw Rosenberg. We zullen altijd schatplichtig zijn aan haar overleden man, zoals hij een voorbeeld was voor allen door zijn ijver, zijn niet aflatende toewijding aan goede werken, zijn hoge idealen, zijn loyaliteit, maar vooral, door zijn koninklijke kwaliteit van liefdevolle vriendelijkheid. Dus, we zijn bedroefd dat een tijdperk voorbij gaat. We zullen allemaal onze vriend missen.

Stadlinger, Hayat, Helene

Data onbekend. Leefde in het tijdvak 1900 – 1985 in California.

Ontmoette Hazrat Inayat Khan tijdens zijn bezoek aan San Francisco in 1923. Reisde in 1925 naar Suresnes en werd ingewijd door Saintsbury Green. Bezocht de beroemde Samadhi Silences tijdens de zomerschool.