Volledige kroniek van de Nederlandse Soefi historie: Periode van 1915 tot 2016

Engeland

Engeland

Engelse mureeds genoemd  in de ‘Biography of Pir-o-Murshid Inayat Khan

(en waarbij foto en biografische gegevens vooralsnog ontbreken)

In 1912 verbleef Murshid voor een jaar in Engeland, maar hij maakte nog geen mureeds. Zijn contacten lagen voornamelijk op muzikaal gebied.

– UNDER CONSTRUCTION-

 

 

Alt Angela Phyllis Innocent

Chertsey, Surrey, Engeland 28 december 1874 –Brighton, Sussex, Engeland 15 mei 1951

Engelse mureed die Hazrat Inayat Khan in Londen ontmoette. Vanaf 1923 centrumleidster in Italië, naar aanleiding van Murshid’s eerste bezoek aan dit land. Tijdens de zomerscholen in Suresnes gaf ze mureeds extra uitleg over de oefeningen die ze tijdens hun interviews met Murshid hadden gekregen. Zij deed dit op verzoek van Murshid zelf. Componeerde muziek bij sommige Sayings uit de Gayan.

 

In 1905 publiceerde ze een historisch werk over de Italiaanse stad Rapallo: ‘Rapallo, Past & Present’.

Armstrong Mumtaz Ronald A.L. Khalif Hastings

(Hastings, Sussex) 10 augustus 1892 – Sierre (Valais) 21 augustus 1978

Engelse vroege mureed. Zijn opleiding had hij genoten aan de St. Paul’s School en aan de universiteit van Oxford. Hij ontmoette Inayat Khan in 1921 in Zwitserland. Hij had toen inmiddels een lange studie achter de rug van het Perzisch Soefisme. Al snel werd hij Inayat Khan’s financiële privé secretaris. In oktober 1923 was hij betrokken bij de totstandkoming van de International Headquarters. Diezelfde maand werd hij tot cherag geordineerd. Hij werd door Inayat Khan in 1925 tot Shaikh ingewijd en in 1926 tot Khalief. Verder was hij redacteur van The Sufi Quarterly van 1925 tot 1931. Was later actief in Zuid Amerika. Eerste nationaal vertegenwoordiger van Argentinië. Hij was gehuwd (huwelijk op 20 september 1926 in Geneve) met Lakmé van Hogendorp, de dochter van Mahtab van Hogendorp – van Notten. In 1930 verliet hij de Soefi Beweging, omdat hij niet kon instemmen met het aanstellen van Maheboob Khan als opvolger van Hazrat Inayat Khan.

Benton, Rose

Vroege mureed uit de Londen tijd (1914 – 1920). Werd in 1914 benoemd tot Musical Representative van de Soefi Order in Engeland.

Best, Nuria, Wendy, Elizabeth, Hilda

1895 – augustus 1968

Echtgenote van Shabaz Best. Het paar ontmoette elkaar in 1916.

Best, Shahbaz Cecil Eric Britten Shaikh

Leytonstone 28 augustus 1882 – Southampton 1972 (18 november 1973 zegt een brief van zijn dochter Viraya, 1974 zegt een andere bron: Nekbakht green card system). We kunnen aannemen dat de data van zijn dochter de juiste zijn. 

Engelse theosoof die in 1916 Hazrat Inayat Khan ontmoette en mureed werd in januari 1919*. Shahbaz kwam uit een gezin van 13 kinderen. Zijn loopbaan bestond uit de beroepen bankier, handelaar, mijnbouwer, soldaat, uitgever, semi-professioneel zanger, en schrijver ( “Genesis Revised” en “The Drama of the Soul”) Was 30 jaar lang nationaal vertegenwoordiger in Brazilië. In 1952 keerde hij terug naar Engeland. Hij stierf op 91-jarige leeftijd.

Verdere informatie uit de Nekbakht-files (brief van Viraya Best aan Munira van Voorst van Beest uit 1977):

Getrouwd: 26 mei 1918 met Elisabeth Hilda Wild (Soefi naam Nuria)

Beroep: ambtenaar bij de bank van Londen en Zuid-Amerika in Rio the Janeiro, Brazilië, 1921 – 1938 toen hij met pensioen ging.

Ontmoet Inayat Khan tijdens de eerste wereldoorlog en was de eerste man in Engeland die tot Cherag werd gewijd. Werd tot Murshid benoemd in 1939 door Maheboob Khan

Keerde terug naar Engeland in 1952

Nuria stierf: Southampton, augustus 1968

‘Ik liet beide namen in het herinneringsboek plaatsen in het crematorium van Southampron.’

Shahbaz Best op jongere leeftijd

Best, Virya

Dochter van Nuria en Shabaz Best. Centrumleidster van Southampton

Bloch, Miriam Regina

1889 – 1938         

Mureed uit de Londen periode. Gaf de eerste autobiografie van Hazrat Inayat Khan uit in 1915 getiteld: ‘Confessions’.

Brutnell, Akbar, Khalif

Vader van Sitara Brutnell. Echtgenoot van Gulinar Brutnell. Nationaal vertegenwoordiger, samen met zijn vrouw Gulinar,  van Engeland. Op 12 september 1954 werden hij en zijn vrouw geordineerd tot Siraj en Siraja van de Universele Eredienst en tevens tot Shefayat van de Healing Order.

Brutnell, Gulinar

Echtgenote van Akbar Brutnell. Moeder van Sitara Brutnell.

Brutnell, Sitara

 

Murshida Sitara Brutnell, ging in de 80-er jaren over van de Soefi Beweging naar de Sufi Way, de groep van Fazal Inayat – Khan. Werd in 1990 zijn opvolger. Ze stierf in 2004.

Sitara Brutnell in latere jaren als Murshida van de Sufi Way

Brutnell, Nazaar

(details volgen)

Craig, mister David (Munir?) (Sheikh)

Een Engelsman (of waarschijnlijker een Ier, zie noot 96 in het boek ‘Recollections of Inayat Khan and Western Sufism’ van Hein Horn) die in de jaren ’20 samen met zijn vrouw in Rome woonde vanwege zijn werk bij ‘British Airways’. In november 1923 ontmoet hij Murshid in Italië waarop hij door hem wordt ingewijd.

Craig, Mrs. Munira, Gisella

Echtgenote van David Craig. Werkte met haar man voor de Soefi Beweging in Rome.

Cripps, Miss Barkat

Engelse mureed, te zien op de zomerschoolfoto van 1926. Nog geen verdere biografische gegevens bekend.

Dowland, Nargis Jessie Eliza Khalifa

1865 –  29 december 1953              

Engelse mureed van Hazrat Inayat Khan uit Southampton vanaf 1919. Schreef in de jaren ‘20 verschillende boeken over soefisme: At the gate of discipleship, The lifted veil, Between the desert and the sown, Wine from the tavern. Vanaf 1921 tot 1933 was ze nationaal vertegenwoordiger van Engeland. Samen met Sophia Saintbury Green  en  Hazrat Inayat Khan ontwierp ze de Universele Eredienst. Ze was eigenares en bedrijfsleidster van het toenmalige Polygon (House) Hotel in Southampton. Haar brieven aan Murshid Ali Khan ondertekende ze met de naam ‘Shamshira’. Ze werd 88 jaar.

Gibbings, Cecil,

data onbekend, bij benadering leefde hij in het tijdvak 1900 – 1980

Woonde in Petersborough. Deed in WOI en WOII dienst als technisch engineer. Na zijn pensioen werd hij priester in de Church of England. Was vanaf 1924 mureed van Hazrat Inayat Khan. Schreef het boek ‘Divine Healing’ (1976)

In het begin van de jaren zestig, toen het vliegveld van Westwood werd herontwikkeld voor huisvesting, zag de toenmalige gevestigde exploitant van St.Botolph’s, Longthorpe, de Rev’d Cecil Gibbings, de behoefte aan een kerk om de mensen te bedienen die daar kwamen wonen. (Bron: http://www.stjudepeterborough.org.uk/about-us/our-history/)

Goodenough, Sharifa, Lucy, Murshida, Khanum,

London 5 augustus 1876 – Suresnes 8 maart 1937

Lucy Goodenough was de tweede dochter van Kolonel W. H. Goodenough (later Lt. General Sir William Goodenough K.C.B.) en van Mrs. (later Lady) Goodenough, geboren Countess Kinsky.

Ze ontmoette Hazrat Inayat Khan in 1916 in London en werd  vrij snel  mureed. Ze werd een van de eerste vier Murshida’s van de Soefi Beweging en verzorgde vele jaren de samenstelling en distributie van de papers voor de verschillende centra in de wereld. In de 30’er jaren was ze nationaal vertegenwoordiger van Frankrijk als opvolgster van Baronesse d’Eichthal. Ze hield in de jaren dertig veel lezingen over soefisme in Frankrijk en Oostenrijk. Naast Engels beheerste ze het Frans, Duits en Italiaans. Er wordt gezegd dat ze zelfs Dante’s Divina Comedia uit het hoofd kende.

Gruner, Dr. O. Cameron, M.D.  (Khalief)

Altrincham, Cheshire, Engeland, 1877 – Montreal 1972

Gruner was een Engels arts. Daarnaast was hij wetenschapper, filosoof, linguïst, musicus, kunstenaar en schrijver. In 1896 begon hij met zijn medische studie aan het ‘Owens College’(universiteit) in Manchester. Na de afronding van zijn studie in 1901 werd hij huisarts. In 1908 ontving hij de titel M.D. (medical doctor). In 1910 volgde een benoeming als assistent professor pathologie. Hij publiceerde in 1913 zijn eerste werk getiteld ‘De Biologie van Bloedcellen’. Na een verblijf in Berlijn keert hij terug naar Engeland om in militaire dienst te gaan. Dit duurde tot 1919. Hij woonde in deze periode in Leeds. Het is in deze tijd dat hij Hazrat Inayat Khan ontmoet. Op enig moment onderzocht hij het bloed van Murshid onder een microscoop en ontdekte cellen met een eigenaardige puntige vorm. Murshid brengt hem ook in contact met de middeleeuwse arts Avicenna, wiens werk Gruner later uitgebreid zal bestuderen en vertalen.

In 1931 vertrekt hij met zijn vrouw naar Montreal Canada. In 1945 gaat hij definitief met pensioen.

In de jaren ’60 schreef hij een index bij de eerste zes ‘volumes’ van ‘The Sufi Message of Hazrat Inayat Khan’.  Hij ontving op 16 mei 1965 een oorkonde van he I.C.R.F. (International Cancer Research Foundation) vanwege zijn baanbrekende werk op het gebied van onderzoek naar bloed- en andere lichaamscellen.

Hammond, Alim

Mureed uit Leeds in de jaren ’60. Ingewijd door Gulinar Brutnell.

Hammond, Alima

Echtgenote van Alim Hammond.

Jones, Reza Sibylla

Mureed uit de Londense tijd. Ze bezocht daarna de zomerscholen in Suresnes.

Lloyd, Kefayat, Shama, Gladys Isabel, Shaikha,

Shawbury, Shropshire 1866 – 1938

Vroege mureed uit de Londen periode. Ontwikkelde de Healing Service. Regelmatig deelneemster aan de zomerscholen in Suresnes. In haar huis in Londen, Tregunter Road 33, werd op 7 mei 1921 de eerste Universele Eredienst uit de geschiedenis van de Soefi Beweging gehouden.

Reynolds, Halima, Jane

Mureed uit de Londen tijd. In het voorjaar van 1917 ontving ze haar laqab (soefinaam) Halima.  Later dat jaar volgde haar initiatie en een benoeming als vertegenwoordigster van de  Sufi Order. In het voorjaar van 1918 werd lid van de managing committee van de toenmalige Sufi Society. Ze legde de eerste hand aan een healingservice met sterke Christian Science invloeden. In The Sufi van januari 1920 lezen we:

A healing group was formed at the suggestion of Mrs. Reynolds

Dus de eerste healing group zal in de loop van 1919 ontstaan zijn met Halima Reynolds als vertegenwoordigster en secretaris. Kefayat Lloyd zou later een definitieve vorm van healingservice ontwerpen die tot op de dag van vandaag binnen soefi kringen wordt uitgevoerd. Na de Londen tijd verdween ze uit beeld.

Saintsbury Green, Sophia, Murshida,

Sophia Saintbury Green (27 februari 1866 – 2 maart 1939) is een van de meeste invloedrijke mureeds geweest uit de vroege geschiedenis van de Soefi Beweging. Veel is er over haar vroege leven niet bekend. In het hoofdstuk Biographical Sketches van ‘The Biography’ lezen we over haar dat ze uit een “oude familie komt met een rijke historie”, die deel uitmaakte van wat we de Engelse ‘Leisure Class’ noemen. Ze groeide op in Southampton in een sfeer van traditie en verfijnde cultuur. Haar ouders waren Henry George Green en Elizabeth Sophia Saintsbury. Haar doopnamen zijn Emily Maud.  In haar latere spirituele leven zal ze de voornaam van haar moeder gebruiken en de achternamen van beide ouders combineren. Eén van haar grootvaders was de Sheriff van Berkshire; een ander familielid was een assistent van een lid van het Engelse koninklijk huis. Tegen de tijd dat Sophia werd geboren echter, was het familiefortuin geheel verbruikt waardoor haar vader zich genoodzaakt zag een betaalde betrekking te zoeken. Iets wat in deze familie nog nooit eerder was voorgekomen.

Sophia, zo lezen we verder, bleek al op jonge leeftijd een begenadigd dichteres en schrijfster. Daarnaast heeft ze zich altijd aangetrokken gevoeld tot oude filosofieën en culturen uit de geschiedenis. Al jong mengde ze zich in gesprekken van volwassenen over deze thema’s. Eenmaal volwassen besloot ze lid te worden van de Theosofische Society, waar ze een leerling werd van Annie Besant.

Gezien haar belangstelling voor de diverse religieuze stromingen van de wereld is het dan ook niet verwonderlijk dat Sophia, eenmaal toegetreden tot het Soefisme van Inayat Khan, zich intensief heeft bezig gehouden met de totstandkoming van de Universele Eredienst in mei 1921. Ze werkte hierin samen met Murshid zelf en met Khalifa Jessica Dowland een mureed eveneens uit Southampton. In deze activiteit werd ze zelfs de eerste Cheraga[1] en later Siraja[2] in de geschiedenis van de Soefi Beweging. Saida van Tuyll van Serooskerken herinnert zich Murshida Green als cheraga bij een Universele Dienst die in september 1922 gehouden werd in hun toenmalige woning in Katwijk aan Zee[3] tijdens een extra, twee weken durende Zomerschool in Nederland. Het is in deze periode overigens dat Murshid op een middag in de duinen ging wandelen samen met Murshida Green en Sirdar van Tuyll van Serooskerken. Op een zekere duintop gaf Murshid aan alleen verder te willen lopen om in een duinpan te kunnen mediteren. Hij noemde deze plek enige tijd later Murad Hassil (wens vervuld) en het is de plaats die we nu kennen als de locatie van onze jaarlijkse Zomerschool.

Binnen de ‘Innerlijke School’ activiteit kreeg Murshida Green de functie van Khalifa[4] en later, in 1923, die van Murshida. In deze functie heeft ze vele mureeds kunnen inwijden en begeleiden. Op de jaarlijkse Zomerschool van Suresnes had ze tevens een rol in de coördinatie van het programma en het regelen van de interviews die mureeds hadden met hun Murshid. Als je te laat kwam voor zo’n afspraak dan kon je overigens door haar geweigerd worden en moest je wachten op een volgende gelegenheid.

Twee andere Soefi activiteiten dragen haar duidelijke stempel. Het verhaal gaat dat ze, op bezoek in Suresnes, een mis bijwoonde in de Sacre Coeur van Parijs. Daar zag ze een wijding van een groep jonge meisjes die hadden beloofd elke dag tot de Maagd Maria te bidden. Als teken van hun wijding ontvingen ze een lint om hun hals met daaraan een muntje. Naar voorbeeld van dit schouwspel heeft Murshida Green uiteindelijk samen met Murshid de ‘Confraternity of the Message’ ontworpen. Ook de Ziraat, een symbologie-activiteit binnen de Beweging, zou voor een groot deel van haar tekentafel komen. Vanwege haar invloed op al deze vormen binnen de Beweging, wordt ze ook wel de ‘Sancta Paula’ van het Westers Soefisme genoemd.

Haar eerste ontmoeting met Inayat Khan en zijn ‘Sufi Order’ vond waarschijnlijk plaats in Southampton rond het einde van de Eerste Wereldoorlog. In deze prille begintijd van de Beweging organiseerde ze vaak de lezingen die hij in de verschillende steden in Engeland gaf. Op veel van deze reizen vergezelde ze hem. Toen Murshid in 1921 verhuisde naar Frankrijk heeft ze verder leiding gegeven aan de Soefi Beweging in Engeland. Hij vertelt hierover:

“Tijdens mijn afwezigheid heeft ze de planten bewaterd die ik in de Engelse aarde had gezaaid. Daarmee bleek ze waardig het werk te doen dat ik aan haar had toevertrouwd’.[5]

En toen Murshid eenmaal definitief in Suresnes was neergestreken reisde ze regelmatig met hem mee naar de landen van het Europese vasteland.

Hazrat Inayat Khan had tijdens zijn leven in Suresnes drie secretaresses die voor hem werkten:  Kismet Stam, Sakina (Nekbakht) Furnée en Murshida Goodenough. Maar ook Murshida Saintsbury Green schreef soms mee met de lezingen van haar Murshid. Daarnaast heeft hij delen van zijn jeugdherinneringen aan haar gedicteerd ten behoeve van de totstandkoming van de Biography die uiteindelijk in 1979 het levenslicht zag. Een andere rol die ze ná de jaarlijkse Zomerschool vaak vervulde was die van voorzitter (‘chair’) van de vergaderingen van de ‘International Headquarters’ die ieder jaar in september in Genève plaatsvonden.

Van 1921 tot en met 1924 was Murshida Green tevens uitgeefster van het internationale magazine van de Soefi Beweging: ‘Sufism (A Quarterly Magazine for Seekers after Truth)’. Het was de opvolger van het tijdschrift Sufi, dat liep van 1915 tot en met 1920. Zij werd in deze rol opgevolgd door Mumtaz Armstrong (1925 – 1932) en later Margaret Skinner (1933 – 1939).

Twee van haar boeken zijn uitgegeven door de Soefi Beweging: ‘Wings of the World, or the Sufi Message as I see it en ‘Images of Inayat’. Uit beide werken kun je niet anders dan concluderen dat Murshida Saintbury Green een enorme bewondering voor Murshid heeft gehad en met veel toewijding zich ingespannen heeft voor de verspreiding van de Boodschap. Ze bleef hier tot aan haar dood intensief mee doorgaan, ondanks haar chronische gezondheidsklachten. Ze weigerde pertinent om haar zwakke gezondheid een belemmering te laten zijn voor wat ze als haar missie beschouwde.

[1] Voorganger in een Universele Eredienst

[2] Hoofd van de Universele Eredienst in een centrum

[3] Van Melskade 5, dit adres maakt thans deel uit van de boulevard. Het huis bestaat inmiddels niet meer.

[4] Assistent van een Murshid, ook wel ‘deputy’ genoemd. De taak van een khalif(a) is het begeleiden van mureeds

[5] Biography, pagina 149

Scott, Dr. Sir, Arthur Bodly (Sheikh)

Geboren in 1985

Zoon van Thomas Bodley Scott en Adeline Savory. Engelse Mureed die in 1921 lid werd van de Sufi Order. Hij werd tijdens de zomerschool van 1921 tot Khalif benoemd. Was gehuwd met Winifred Kate Harrison.  Samen hadden ze vier kinderen.

Skinner, Margaret

Londense mureed die Hazrat Inayat Khan en zijn familie de beschikking gaf over een huis aan de Gordon Square 29 in London. Na een conflict in 1920 werd de huur opgezegd en week de familie uit naar Frankrijk waar uiteindelijk de legendarische gemeenschap in Suresnes ontstond. Na een verzoening met de Khan familie is mevrouw Skinner nog jarenlang actief gebleven binnen de SB o.a. als uitgever van The Sufi Quarterly.

Williams, Zohra, Mary

Eerste mureed van Hazrat Inayat Khan in Engeland. Stelde hem in 1915 in de gelegenheid een Khankah te stichten in Ladbroke Road 86 in London. Plaatste zich wat meer naar de achtergrond binnen de Soefi Beweging in 1920 na opkomst van Sherifa Goodenough en de theosofische instroom in het Soefisme. Wel bleef ze tot zeker 1930 corresponderen met Ali Khan (correspondentie in archief Soefi Museum Den Haag).